PvdA en VVD plan voor de nieuwe berekening van kinderalimentatie
-
Het probleem
De belangen van de bij een scheiding betrokken kinderen rechtvaardigen de betaling va
kinderalimentatie. De huidige wettelijke regeling voor de berekening van kinderalimentatie
evenwel zeer ingewikkeld. De door de rechtspraak ontwikkelde TREMA-normen zijn nie
transparant en kunnen niet op een eenvoudige manier worden uitgewerkt door de mense
die alimentatie moeten betalen. Een aantal recente rapporten uit binnen- en buitenland
waaronder een onderzoek van TNO en een enquète van LBIO heeft laten zien dat d
problemen rond de betaling van kinderalimentatie mede worden veroorzaakt door d
ingewikkelde en niet herkenbare berekening. Het LBIO heeft vastgesteld dat in 70% van d
echtscheidingen waar alimentatie verschuldigd is, problemen ontstaan. Dat levert jaarlijk
10.500 zaken bij het LBIO op. Het LBIO verwacht dat door een eenvoudige en herkenbar
berekening het aantal procedures over kinderalimentatie zal dalen. Dit bespaart ook vee
kosten, zowel voor de ouders als voor de overheid (o.a. rechter, rechtsbijstand, griffierechte
en kosten LBIO). Door alle problemen die samenhangen met de berekening worden d
belangen van de bij een scheiding betrokken kinderen benadeeld omdat er over de hoogt
van kinderalimentatie meer dan nodig is wordt gediscussieerd en geprocedeerd. Ee
vergaande vereenvoudiging van de berekening van kinderalimentatie is wenselijk.
-
Het plan in het kort
Uitgangspunt van de berekeningsmethode is enerzijds het belang van het kind en anderzijds
de verantwoordelijkheid die ouders hebben en houden voor hun kinderen. Om
kinderalimentatie op een eenvoudige en eenduidige manier te berekenen stellen PvdA en
VVD voor om veel voorkomende variabelen terug te brengen tot forfaitaire bedragen. Op een
website kan dan op een eenvoudige manier de hoogte van de kinderalimentatie worden
berekend. Wijziging van omstandigheden leidt dan alleen bij overschrijding van de forfaitaire
bedragen tot aanpassing van de kinderalimentatie. Kinderalimentatie wordt betaald totdat het
kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en wordt voor de jong volwassene verlengd tot 23
jaar als er recht is op studiefinanciering
. Ongeacht het inkomen van de betalende ouder(s)
is er altijd een minimaal bedrag aan kinderalimentatie verschuldigd. Ook bij lage inkomens is
er een verantwoordelijkheid voor het kind die niet kan worden afgeschoven op de andere
ouder. Er is een wettelijk maximum, maar partijen mogen andersluidende afspraken maken.
De wijziging van de hoogte van de kinderalimentatie hoeft in eerste instantie niet meer door
de rechter worden vastgesteld. Hiervoor is het LBIO beschikbaar als partijen er zelf niet
uitkomen. Is een van de partijen het niet eens met het door LBIO vastgestelde bedrag, dan
kan men in beroep bij de rechter.
- eenvoud en transparantie staan voorop;
- 80 % van de gebruikers moet het zelf kunnen berekenen;
- zo min mogelijk variabelen en dan zoveel mogelijk forfaitair;
- op basis van wettelijke begrippen (behoefte en eventueel draagkracht);
- uitgangspunt is de behoefte van een kind op basis van NIBUD/CBS statistieken;
- handhaving van het welvaartsniveau na scheiding is geen voorwaarde en veelal
fictie (o.a. gestegen woonlasten);
- rekening houden met zorgtaak ouders als forfaitaire variabele;
- ouder draagt altijd minimaal bij;
- wijziging en beperkt toestaan bij het overschrijden van een bepaalde bandbreedte;
- tekorten worden verdeeld over beide ouders;
- ouders zijn geheel vrij om - boven het wettelijk minimum
andersluidende afspraken te maken;
- wijziging eerst onderling proberen te regelen aan de hand van eenvoudige regels,
dan naar het LBIO waarna de gang naar de rechter openstaat.
-
De uitwerking
-
Partijen kunnen de berekening zelf maken.
Onder het motto: waarom complex als het ook makkelijk kan is gezocht naar een
model dat de kracht van verschillende bestaande systemen in binnen- en buitenland
combineert. Samen met de werkgroep is naar een nieuw - zo ideaal mogelijk - model
gezocht. Dit leidt ertoe dat partijen de berekening zelf kunnen maken, al dan niet op
basis van een eenvoudige internet rekentool. Dit maakt het proces voor de
betrokkenen transparant en verhoogt de acceptatie van de uitkomst. Partijen kunnen
dan ook bij wijziging van omstandigheden op een eenvoudige manier de gewijzigde
alimentatie berekenen. Natuurlijk staat altijd de gang naar een mediator, een
echtscheidingsbemiddelaar, een advocaat of een echtscheidingsnotaris voor
iedereen open.
-
Contractsvrijheid voor partijen
Boven het wettelijke minimum zijn partijen geheel vrij andersluidende afspraken te
maken en deze op te nemen in het ouderschapsplan.
-
Het nieuwe rekenmodel
Het nieuwe rekenmodel ziet er als volgt uit:
| Stap 1: |
bepalen van de behoefte van een kind (de kinderen) per maand
(gestaffelde tabel gebaseerd op percentage van netto gezinsinkomen
voor scheiding
) met een minimum volgens de Nibud-norm (tabel 1). |
| Stap 2: |
bepalen van de draagkracht van de ouders gebaseerd op het netto
inkomen na scheiding (inclusief kinderbijslag (werkelijk),
kindgebondenbudget (werkelijk) en heffingskorting (werkelijk))
verminderd met de vaste lasten (forfaitair)). |
| Stap 3: |
toetsen of het vastgestelde behoeftebedrag ook valt binnen de
draagkracht van de ouder(s). Indien de draagkracht de betaling van de
behoefte niet toestaat, wordt het te betalen bedrag verlaagd. Ouders
zonder draagkracht betalen in ieder geval het wettelijke minimum. |
| Stap 4: |
bepalen per ouder welke lasten na scheiding worden gedragen voor
de kinderen op basis van de afspraken in het ouderschapsplan
(forfaitair, tabel 3) kindgebonden kosten
(forfaitair, tabel 4). |
| Stap 5: |
bepalen te betalen alimentatie (verschil aandeel ouder in behoefte
(verdeling op basis van draagkracht) ten opzichte van werkelijke last) |
-
Het minimum en het maximum
Het model voorziet in een minimum bijdrage van ouders in de opvoedingskosten van
hun kind(eren). Dit bedrag is altijd verschuldigd en vloeit voort uit het feit dat het
hebben van kinderen hoe dan ook geld kost en verantwoordelijkheid met zich mee
brengt. De kosten van de kinderen mogen bovendien niet vanwege on- of
minvermogendheid op een andere on- of minvermogende ouder worden
afgewenteld. Te denken valt aan een bedrag van 600 euro per jaar als minimum
bedrag ongeacht de hoogte van het inkomen en het aantal kinderen. Het maximum is
de behoefte die forfaitair wordt bepaald. Partijen mogen daar vrijelijk bij
overeenkomst van afwijken.
-
De looptijd
PvdA en VVD stellen voor dat kinderalimentatie moet worden betaald vanaf het
moment van de scheiding totdat het kind de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. De
verplichting tot het betalen van kinderalimentatie wordt verlengd met het aantal jaren
dat het betreffende kind studiefinanciering ontvangt tot het maximum van 23 jaar.
Partijen kunnen vrijwillig een langere periode afspreken.
-
De forfaitaire variabelen
Op basis van forfaitaire variabelen wordt de hoogte van de kinderalimentatie
vastgesteld. Om de berekening van de kinderalimentatie niet onnodig ingewikkeld te
maken en de mogelijkheid tot discussie over de hoogte van de kinderalimentatie tot
het minimum te beperken wordt uitgegaan van een gestaffeld systeem van slechts
enkele variabelen. Er hoeven dus maar vier gegevens te worden ingevuld, te weten:
-
de behoefte op basis van het netto gezinsinkomen voor de scheiding en het aantal kinderen
-
de draagkracht op basis van het netto inkomen per ouder na scheiding
-
kindgebondenkosten op basis van het netto gezinsinkomen voor scheiding en de leeftijd van het kind/de kinderen
-
verblijfspercentage op basis van het aantal nachten per jaar dat het kind bij de ouder verblijft.
-
Advisering over de betaling en de hoogte van kinderalimentatie
Het is uitdrukkelijk de bedoeling van PvdA en VVD dat de nieuwe
berekeningsmethodiek niets wijzigt in de advisering door de bestaande deskundigen.
Uitgangspunt is de internettool die door LBIO en de Raad voor de Rechtsbijstand als
open source programma wordt bijgehouden. Indien partijen naast of in plaats van
deze deskundigen een toelichting willen op de berekeningsmethodiek kunnen zij ook
terecht bij het LBIO die de berekening kan maken.
-
Wijziging van de alimentatie
Het is van groot belang dat de kinderalimentatie op een makkelijke en snelle manier
kan worden gewijzigd als de omstandigheden van de betalende ouder(s) zich
wijzigen. Bij gewijzigde omstandigheden kunnen ouders eenvoudig via het internet de
aangepaste hoogte van de kinderalimentatie vaststellen. De forfaitaire bedragen
hoeven niet tot ingewikkelde berekeningen te leiden. Zij zorgen er daarnaast voor dat
er alleen bij relevante wijzigingen sprake zal zijn van een aanpassing van de
verschuldigde kinderalimentatie. PvdA en VVD stellen daarnaast voor dat het LBIO
beschikbaar is op verzoek van een van de partijen of beide partijen, voor een
berekening van de kinderalimentatie als partijen er niet uitkomen. Aan de berekening
van het LBIO zou dan een titel in enige vorm kunnen worden gegeven. Zijn partijen
het niet eens met het LBIO, dan kunnen zij naar de rechter. Deze hanteert ook
dezelfde wettelijke systematiek als hiervoor beschreven. Binnen het LBIO wordt een
raad van advies geformeerd ("Alimentatieraad") die beschikbaar is voor het doen van
richtinggevende uitspraken over de berekening van de hoogte van de
kinderalimentatie als er sprake is van uitzonderingen die in het model niet zijn
voorzien. De (gewijzigde) afspraken worden onderdeel van het ouderschapsplan.
Denkbaar is ook dat deze Alimentatieraad fungeert als instantie om bezwaar te
maken tegen een besluit of berekening van het LBIO. Uiteraard is het ook mogelijk
een executoriale titel te verkrijgen via de rechter of op basis van een notariƫle akte. In
de gevallen waarbij de rechter het ouderschapsplan goedkeurt is in een titel al
voorzien.
-
Van civiel naar bestuursrecht
Een van de vragen die nog niet definitief door de indieners is beantwoord is de vraag
of het de civiele of de bestuursrechter zou moeten zijn die als beroepsinstantie
fungeert voor het geval de berekening van het LBIO de partijen niet bevalt. Beide is
wat de indieners betreft een mogelijkheid.
-
Het effect van nieuwe partners
PvdA en VVD vinden dat de komst van een nieuwe partner eigenlijk niet tot een
aanpassing van de kinderalimentatie zou moeten leiden. Het is bekend dat de
mogelijke verhoging van kinderalimentatie in een aantal gevallen leidt tot het
verzwijgen van de nieuwe relatie. PvdA en VVD hebben wel vastgesteld dat dit
uitgangspunt in sommige gevallen tot onacceptabele gevolgen zou kunnen leiden. Zij
zijn benieuwd naar de ideeën van de geconsulteerden over dit probleem.
-
Aanleverplicht
Teneinde te garanderen dat aan het LBIO of derden de benodigde informatie wordt
aangeleverd om de berekening te kunnen maken, zal op het niet aanleveren van de
informatie vaststelling van de kinderalimentatie plaatsvinden op basis van de
maximale schalen. Dat moet garanderen dat de benodigde informatie wordt verstrekt.
-
Wettelijke wijzigingen
Indieners zullen in een latere fase en afhankelijk van de definitieve uitkomst
inventariseren welke wettelijke regelingen gewijzigd zullen moeten worden om de
nieuwe methodiek vast te leggen. Duidelijk is al wel dat in het kader van de wet Werk
en Bijstand op basis van de nieuwe methodiek zal moeten worden gewerkt. Indieners
willen in dat kader ook regelen dat deze systematiek ook wordt gebruikt in plaats van
de nu gebruikte verhaalsbijdrage.
-
Overgangsrecht
Nieuwe gevallen worden behandeld op basis van de nieuwe wettelijke regeling. PvdA
en VVD stellen voor dat ten aanzien van het overgangsrecht wordt vastgesteld dat de
behoefte die aan de oorspronkelijke berekening ten grondslag heeft gelegen tot
uitgangspunt wordt gekozen, ook bij wijzigingen op basis van de nieuwe regeling.
Partijen kunnen op gezamenlijk en bij relevante wijziging in aanmerking komen voor
de nieuwe wettelijke regeling. In alle andere gevallen wordt de kinderalimentatie
alleen herberekend op basis van de nieuwe methodiek als er sprake is van
gewijzigde omstandigheden.
-
De werkgroep
-
De opstellers zijn voor het uitwerken van dit nieuwe model veel dank verschuldigd
aan de leden van de werkgroep die de opstellers hebben geadviseerd. Deze
werkgroep bestond uit vertegenwoordigers van het LBIO, de Raad voor de
Rechtsbijstand en op persoonlijke titel: Dr. M. Jonker, Dr. I. Curry-Sumner, Dr. B.
Dijksterhuis, P.P. van der Ploeg FFP RFEA, en mevr. mr. I. Bol. Het uiteindelijk
gekozen system geeft niet noodzakelijk ook hun persoonlijke visie weer. Het is een
keuze die door PvdA en VVD werd gemaakt op basis van de ingewonnen adviezen.
-
Bij het opstellen van het nieuwe model zijn de volgende modellen en
berekeningsmethodieken in ogenschouw genomen:
- Het Engelse systeem;
- Het Noorse systeem;
- De TREMA-normen uit Nederland;
-
Het systeem ontwikkeld door advocaat en mediator Bol in diverse
uitvoeringen;
- De rekentool KART van de Raad voor Rechtsbijstand
-
De verdere procedure
Deze nota wordt op donderdag 29 september 2011 aangeboden aan staatssecretaris
Teeven. Aan de staatssecretaris wordt verzocht om mee te delen wat hij van het
voorstel vindt. Daarnaast zal de nota door PvdA en VVD in informele consultatie
worden gebracht tot en met 30 oktober 2011. Alle betrokken belangengroepen en bij
kinderalimentatie betrokken organisaties en instellingen worden uitgenodigd hun
commentaar te geven en de opstellers van suggesties te voorzien. Hierna zal een
definitieve versie worden opgesteld. Het LBIO en de Raad voor de Rechtsbijstand zijn
bereid het voorstel aan wetenschappers voor te leggen om hun oordeel te vernemen.
Bijlage: Begrippenlijst
Behoefte van het kind: de totale behoefte wordt vastgesteld op basis van het netto
gezinsinkomen voor scheiding. De totale behoefte wordt gedeeld door het aantal kinderen
waarna de kinderalimentatie per kind kan worden berekend. In het netto gezinsinkomen
wordt de kinderbijslag en het kindgebondenbudget meegenomen.
Forfaitaire kindgebondenkosten: dit zijn de vaste lasten van kinderen zoals kleding, sport,
school, zakgeld etc. Deze kosten worden forfaitair afhankelijk van de leeftijd van het
individuele kind en het netto gezinsinkomen voor scheiding, vastgesteld.
Zorgverdeling: op basis van het aantal nachten dat het kind bij de ouder verblijft wordt
forfaitair de verdeling van de verblijfskosten bepaald
Forfaitaire draagkracht: de draagkracht hangt samen met het netto inkomen na scheiding en
wordt forfaitair bepaald. In het netto inkomen wordt de kinderbijslag en het
kindgebondenbudget meegenomen.
Gewijzigde omstandigheden: niet alle gewijzigde omstandigheden leiden tot aanpassing van
de kinderalimentatie. Onder gewijzigde omstandigheden moet men verstaan: wegvallen
dubbele woonlast; wijziging van het eigen inkomen; wijziging afspraken over verblijf kind of
kindgebondenkosten.
Bijlage 2: tabellen
Tabel 1: Totale behoefte per maand
| netto gezinsinkomen per maand voor scheiding |
1 kind |
2 kinderen |
3 kinderen |
| tot 1500 |
€ 150,00 |
€ 250,00 |
€ 325,00 |
| 1500 - 2000 |
€ 210,00 |
€ 350,00 |
€ 455,00 |
| 2000 - 2500 |
€ 270,00 |
€ 450,00 |
€ 585,00 |
| 2500 - 3000 |
€ 330,00 |
€ 550,00 |
€ 715,00 |
| 3000 - 3500 |
€ 390,00 |
€ 650,00 |
€ 845,00 |
| 3500 - 4000 |
€ 450,00 |
€ 750,00 |
€ 975,00 |
| 4000 - 4500 |
€ 510,00 |
€ 850,00 |
€ 1105,00 |
| 4500 - 5000 |
€ 570,00 |
€ 950,00 |
€ 1235,00 |
| 5000 en meer |
€ 630,00 |
€ 1050,00 |
€ 1365,00 |
Tabel 2: Draagkracht per ouder
| netto inkomen per maand na scheiding |
draagkracht |
| € 0,00 |
€ 1200,00 |
€ 50,00 |
| € 1200,00 |
€ 1350,00 |
€ 70,00 |
| € 1350,00 |
€ 1500,00 |
€ 140,00 |
| € 1500,00 |
€ 1650,00 |
€ 240,00 |
| € 1650,00 |
€ 1800,00 |
€ 340,00 |
| € 1800,00 |
€ 1950,00 |
€ 440,00 |
| € 1950,00 |
€ 2100,00 |
€ 540,00 |
| € 2100,00 |
€ 2400,00 |
€ 640,00 |
| € 2400,00 |
€ 2700,00 |
€ 840,00 |
| € 2700,00 |
€ 3000,00 |
€ 1040,00 |
| € 3000,00 |
€ 3450,00 |
€ 1240,00 |
| € 3450,00 |
€ 3900,00 |
€ 1540,00 |
| € 3900,00 |
€ 4350,00 |
€ 1840,00 |
| € 4350,00 |
€ 4800,00 |
€ 2140,00 |
| € 4800,00 |
€ 5250,00 |
€ 2440,00 |
| € 5250,00 |
€ 5700,00 |
€ 2740,00 |
| € 5700,00 |
€ 6150,00 |
€ 3040,00 |
| € 6150,00 |
€ 6500,00 |
€ 3340,00 |
| toename draagkracht per € 450 extra inkomen |
€ 300,00 |
Tabel 3: Percentage verblijf kind bij ouders
| Aantal nachten per jaar bij ouder waar kind het minst verblijft |
referentie |
| van |
tot en met |
% |
|
| 0 |
19 |
0 |
incidenteel |
| 20 |
44 |
7 |
1 nacht in de 2 weken |
| 45 |
69 |
14 |
1 nacht per week |
| 70 |
94 |
21 |
3 nachten per 2 weken |
| 95 |
119 |
29 |
2 nachten per week |
| 120 |
149 |
37 |
5 nachten per 2 weken |
| 150 |
169 |
45 |
3 nachten per week |
| 170 |
182 |
50 |
7 nachten per 2 weken |
| Percentage bij andere ouder is 100 - tabelpercentage |
Tabel 4: Kindsgebondenkosten per kind
| netto gezinsinkomen per maand voor scheiding |
0 -6 jaar |
6 -12 jaar |
12 -18 jaar |
| tot 1500 |
€ 25,00 |
€ 36,25 |
€ 50,00 |
| 1500 - 2000 |
€ 35,00 |
€ 50,75 |
€ 70,00 |
| 2000 - 2500 |
€ 45,00 |
€ 65,25 |
€ 90,00 |
| 2500 - 3000 |
€ 55,00 |
€ 79,75 |
€ 110,00 |
| 3000 - 3500 |
€ 65,00 |
€ 94,25 |
€ 130,00 |
| 3500 - 4000 |
€ 75,00 |
€ 108,75 |
€ 150,00 |
| 4000 - 4500 |
€ 85,00 |
€ 123,25 |
€ 170,00 |
| 4500 - 5000 |
€ 95,00 |
€ 137,75 |
€ 190,00 |
| 5000 en meer |
€ 105,00 |
€ 152,25 |
€ 210,00 |
|